Noord-Brabant wil maximaal 150 miljoen euro investeren in een vastgoedfonds van Achmea dat woonzorglocaties, seniorenwoningen en gezondheidscentra ontwikkelt en beheert. Het geld moet zorgen voor extra woonplekken met zorg voor ouderen en mensen met een beperking in Brabant. Op 28 augustus 2026 kregen Statenleden er uitleg over. Dit verslag is gebaseerd op de vergaderstukken.
Wat het plan is
Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van de provincie, willen deelnemen aan het Achmea Dutch Health Care Property Fund (ADHCPF). Het geld komt uit de immunisatieportefeuille, de pot met de oude Essent-gelden van de provincie. Volgens het statenvoorstel is het aanbod van zorgwoningen te laag voor de groeiende vraag en lost de markt dat niet vanzelf op. De provincie bouwt zelf niets, maar koppelt haar geld aan nieuwe Brabantse projecten van het fonds.
Brabant is nu klein in het fonds: 2,86% van de portefeuille. Achmea heeft hier drie kleinschalige woonzorgobjecten met samen 66 zorgplaatsen, plus één eerstelijns gezondheidscentrum. Volgens de ambtelijke presentatie zijn er nog geen nieuwe concrete bouwprojecten via het fonds in Brabant vastgesteld.
- Investering: maximaal € 150 miljoen
- Eerste tranche: € 20,5 miljoen
- Verwachte vervolgtranches: € 29,5 miljoen en tweemaal € 50 miljoen, alleen bij nieuwe Noord-Brabantse projecten
- Verwachte opbrengst: 415 woonzorgeenheden (conservatief scenario) tot 545 (basisscenario)
- Brabantse opgave: 6.800 zorggeschikte woningen, 12.300 geclusterde ouderenwoningen en 24.500 nultredenwoningen
- Het fonds bestaat sinds 2008 en heeft 19 participanten, waarvan 13 pensioenfondsen
Rendement en risico
Het fonds streeft naar een gecombineerd rendement van 6,5% per jaar, uit huurinkomsten en stijging of daling van de marktwaarde van de gebouwen. De provincie kan elk kwartaal geheel of gedeeltelijk uitstappen; er is geen einddatum.
In bijlage 1 staat dat adviesbureau Zanders de kans op een negatief rendement uit huurinkomsten laag inschat, maar het risico op een negatief rendement door daling van de marktwaarde als hoog beoordeelt. Het statenvoorstel spreekt over een laag risico. Een deel van de onderliggende stukken is geheim, omdat ze bedrijfsgegevens van het fonds bevatten.
- Kans op een negatief rendement in één jaar: ongeveer 2,5%
- Risicoreserve: 2%, maximaal € 3 miljoen
- Evaluatie van de investering: iedere vijf jaar
Kanttekeningen van de adviescommissie
De onafhankelijke adviescommissie kredietverstrekkingen en investeringen adviseert positief, maar met voorwaarden. Ze merkt op dat de eerste investering betrekking heeft op Brabants zorgvastgoed dat het fonds al gefinancierd had, en daardoor niet direct zorgt voor meer woonzorgvastgoed in Noord-Brabant.
De commissie vraagt onder meer om beleid over de mede-investeerders, om het dividend als geld uit te keren in plaats van het opnieuw te beleggen, en om een heldere afbakening tussen de eerste harde toezegging en de mogelijke vervolginvesteringen. Volgens bijlage 1 gaat de provincie uit van een uitkering in geld en neemt ze de evaluatie om de vijf jaar over. Nieuwe toezeggingen aan het fonds doet ze pas als er een project in Brabant wordt gerealiseerd.
Wat lag er voor
- Een informerende bijeenkomst: de Staten namen geen besluit
- Het ontwerpbesluit stelt voor dat Provinciale Staten geen wensen en bedenkingen kenbaar maken
- Wensen en bedenkingen zijn bezwaren of wensen die de Staten mogen laten weten voordat Gedeputeerde Staten definitief besluiten
- Na die procedure kunnen Gedeputeerde Staten zelf besluiten over de deelname van maximaal € 150 miljoen
