Wie in Brabant een groot wind- of zonnepark wil bouwen, moet straks aantonen hoe hij zich heeft ingespannen om de omgeving mede-eigenaar te laten worden. Het streven is dat de helft van zo'n park in handen komt van inwoners, lokale bedrijven en overheden uit de buurt. De regels stonden op 28 augustus 2026 op de agenda van een oordeelsvormende bijeenkomst van Provinciale Staten; dit verslag is gebaseerd op de vergaderstukken.
Wat de regels vragen
Volgens het Statenvoorstel is het streven naar 50 procent lokaal eigendom daarmee "niet meer vrijblijvend"
. Het blijft wel een inspanningsverplichting: de Energiewet staat de provincie niet toe een percentage af te dwingen. Het voorstel komt voort uit motie M145a-2025 Eigen energie van 7 november 2025.
- Geldt voor zonneparken vanaf 50 megawatt en windparken vanaf 15 megawatt
- Doel: 50 procent lokaal eigendom per project
- Mogen meedoen: inwoners, micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, groepen daarvan zoals energiecoöperaties, gemeenten, waterschappen en provincies
- Verplicht voortgangsoverleg met de vergunningverlener en de benaderde partijen
- Onder 50 procent: redenen geven, een schriftelijke verklaring van de benaderde partijen en een opgave van andere vormen van financiële participatie
- Handhaving met een bestuurlijke herstelsanctie zoals een last onder dwangsom, geen strafbepaling
- Geen financiële gevolgen voor de provincie
Voor kleinere parken mogen gemeenten eigen regels maken.
De hele gemeente telt mee
De "nabije omgeving"
is ruim gekozen: de hele gemeente waar het park komt. Bij een zonnepark op minder dan 50 meter van de gemeentegrens hoort ook de hele buurgemeente erbij. Bij een windpark geldt dat als een straal van tien keer de tiphoogte, gemeten vanaf de voet van een windturbine, over de grens van de buurgemeente valt. Volgens de provincie is het gebied direct rond een park te weinig bebouwd om een goede kans te maken op 50 procent.
Waar het schuurde
Het consultatieverslag bevat de reacties uit de raadpleging. De brancheverenigingen voor zon en wind wilden alleen het gebied meetellen waar mensen hinder ervaren. De provincie ging daar niet in mee. De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) wilde de bewijsstukken later mogen inleveren; ook dat verzoek is niet gehonoreerd.
Geraadpleegde partijen maken zich zorgen of lokaal eigendom in de praktijk lukt, omdat partijen in de omgeving niet altijd de bereidheid of het vermogen hebben om mee te doen. De vereniging van omwonenden van windparken (NLVOW) wees erop dat mede-eigendom de overlast niet altijd wegneemt. De provincie erkent dat de verordening maar beperkt helpt en dat aanvullend beleid nodig is.
Aanpassingen na vragen uit de Staten
Na een informerende bijeenkomst op 12 juni 2026 paste het college de tekst aan met een Nota van Wijziging.
- Na vragen van 50PLUS: de eis van
"binding met de gemeente"
geldt alleen nog voor bedrijven, niet voor inwoners en overheden - Een fout over het moment van inleveren is hersteld: de bewijsstukken moeten mee met de aanvraag voor het park
- Op verzoek van de PVV komt er een evaluatie in 2028 en daarna elke vier jaar
Wat lag er voor
- De herziene verordening lokaal eigendom voor zon en wind
- Een stappenplan voor initiatiefnemers, ter kennisname
- Het consultatieverslag, ter kennisname
- De vaststelling stond volgens de planning op 18 september 2026
