Breda bereidt een laagdrempelig hulppunt voor slachtoffers van geweld voor, met dezelfde kernfaciliteiten als de Filomena-centra. Dat bleek op 10 september in een beeldvormende sessie, waarin raadsleden vragen stellen maar niets besluiten. Het regionale actieplan tegen geweld tegen vrouwen is nog niet vastgesteld; volgens de wethouder volgt de besluitvorming in oktober.
Vervolg op vorige week
De sessie, op verzoek van de SP, was een vervolg op een bijeenkomst vorige week, waar geen tijd meer was voor politieke vragen. Die kwamen nu aan bod.
Het actieplan wordt vastgesteld in een gemeenschappelijke regeling, een samenwerkingsverband van gemeenten waar de colleges over gaan. De bespreking daar werd uitgesteld omdat de problemen bij Veilig Thuis, het meldpunt voor huiselijk geweld, voorgingen. Mevrouw Verdaasdonk (SP) wilde weten hoe de raad op de hoogte blijft: "Als raad hebben wij recht op informatie en dat gaat niet alleen maar over dat actieplan"
.
Een centrum, maar geen Filomena
Volgens de wethouder komt er in Breda een inloopfunctie waar zorg en straf samenwerken en hulp via één loket beschikbaar is. Het centrum gaat alleen niet Filomena heten. Verdaasdonk vroeg waarom niet, en of Breda het Tilburgse of het Rotterdamse voorbeeld volgt. Daarop komt een schriftelijk antwoord.
Veilig Thuis onder druk
Meerdere fracties vroegen hoe Veilig Thuis het werk aankan als betere signalering tot meer meldingen leidt. Mevrouw Van Eijsden (PRO) drong aan op tempo: "Vindt u ook dat we op urgente onderwerpen zoals deze moeten stoppen met nog meer onderzoeken en beginnen met doen en realiseren? Dus minder papier en meer actie"
.
De wethouder zei dat een regionale bestuurlijke kopgroep met Veilig Thuis aan herstel van de organisatie werkt. Acute veiligheidsrisico's worden direct opgepakt, ongeacht de werkvoorraad. Ook lokale teams moeten signalen oppakken, zodat niet alles bij Veilig Thuis terechtkomt.
Wat het kost en wat werkt
Het college wil alleen maatregelen die bewezen effectief zijn. De Evi-app, waar mevrouw Jacobs-van Hoof (CDA) naar vroeg, is volgens de wethouder nog niet overtuigend bewezen en wordt daarom nog niet ingezet. De heer Van Mil (LPF) vroeg: "Welke concrete nulmeting, normen en rapportagedatum gebruikt het college om te bepalen of vrouwen eerder en duurzaam veiliger worden?"
. Een nulmeting is er nog niet, antwoordde de wethouder.
- Geschatte uitvoeringskosten van het actieplan: zo'n 695.000 euro
- Hoe die kosten worden verdeeld, is nog niet besloten
- Vijf prioriteiten voor 2026 en 2027: laagdrempelige toegang tot hulp, een slachtofferdevice, preventie via schoolprogramma's, een regionaal handboek voor veiligheidsorganisaties en een betere aanpak van plegers
De heer Spek (Forum voor Democratie) vroeg of in Breda gevallen bekend zijn die direct te herleiden zijn tot de manosfeer, online kringen met vrouwvijandige ideeën. De wethouder verwacht geen direct oorzakelijk verband, omdat veel factoren meespelen.
Een burgerraadslid van de Partij voor de Dieren vroeg om veilige plekken voor vrouwen tijdens carnaval. De wethouder zei dit mee te nemen.
Wat lag er voor
- Er werd niets besloten; dit was een beeldvormende sessie
- Schriftelijk antwoord toegezegd over invulling en naam van het hulpcentrum
- Een openstaande vraag van D66 wordt schriftelijk beantwoord
- De wethouder laat schriftelijk weten hoe de raad periodiek wordt geïnformeerd
- Fracties die een vervolg willen, kunnen volgens de voorzitter een bespreeknotitie indienen
