Breda houdt vrijwel elk jaar geld over ten opzichte van de begroting, waardoor geld voor plannen in de stad blijft liggen. Dat blijkt uit een onderzoek van de rekenkamer, de onafhankelijke controleur van de gemeente, dat op donderdag 3 september in de commissiekamer van de gemeenteraad werd toegelicht.
Structureel geld over
Bianca Rook van de rekenkamer lichtte het landelijke onderzoek van de Vereniging van Rekenkamers toe. Het keek alleen naar geld, niet naar de vraag of de doelen van het beleid zijn gehaald.
- 159 provincies, waterschappen en gemeenten deden mee
- Breda is vergeleken met 18 andere grote gemeenten (G40)
- 7 van 8 jaren met een positief resultaat bij de jaarrekening
- 2024: meevaller van 1,6% ten opzichte van de begroting
Drie oorzaken
Volgens de presentatie komt geld van het Rijk vaak pas in mei, september of december binnen, en is het dan nauwelijks nog uit te geven. Ambtenaren ramen voorzichtig, waardoor belastingen en leges meevallen. En projecten lopen later dan gepland, onder meer door stikstof en een vol stroomnet. Alleen het sociaal domein valt structureel tegen. "Dat verschil is opvallend en vraagt toelichting"
, zei Rook .
Investeringen en inhuur
- 2024: ruim € 34 mln aan geld voor investeringen niet gebruikt
- 63–80% van de geplande investeringen gerealiseerd in 2022–2024
- Begroting 2025 rekent met circa € 110 mln per jaar; 2024 kwam uit rond € 72 mln
- Inhuur 2024: circa € 11 mln begroot, ruim € 40 mln uitgegeven
Volgens Rook doet Breda het bij investeringen goed in vergelijking met Nijmegen en Enschede. Het schuurde bij het personeel. Een VVD-raadslid vond het tegenstrijdig dat de gemeente vrijwel alle vaste plekken heeft ingevuld, daarnaast veel inhuurt en toch te weinig uitvoert. Rook wees erop dat het aantal vaste plekken niet hoeft te passen bij de hoeveelheid werk.
Raad voelt zich laat geïnformeerd
Raadsleden vertelden de onderzoekers eerder dat de tussentijdse bijstelling van de begroting (de Berap) vooral technisch is en dat de jaarrekening voelt als een voldongen feit. "De Rekenkamer concludeert eigenlijk dat de Raad vaak te laat en te technisch wordt geïnformeerd"
, zei De Visser (Breda Beslist) .
Kappé (D66) verwachtte dat de vraag of een voorstel uitvoerbaar is altijd met ja wordt beantwoord. "Maar hoe kunnen we dan echt dat inzicht krijgen zonder die standaard reactie van nee, het komt goed?"
. Rook denkt dat het gesprek scherper wordt als de raad die vraag blijft stellen.
Aanbevelingen en reactie college
- Bespreek ramingen en vraag toelichting op afwijkingen: college neemt dit grotendeels over
- Toets bij voorstellen capaciteit, risico's en doorlooptijden: college neemt dit deels over
- Rapporteer over formatie, inhuur en personeelslasten: college neemt dit over
- Spreek een vaste werkwijze af voor meevallers: college neemt dit deels over
Het college vreest dat een vaste werkwijze voor meevallers te star wordt. Volgens Rook moet de raad daarover met het college in gesprek.
Wat lag er voor
- Een toelichting van de rekenkamer op het onderzoek naar onderbesteding; er werd niets besloten
- Fracties stelden vragen; er waren geen insprekers
- Het advies over de verdere behandeling gaat met algemene instemming naar de agendacommissie; welke route precies is gekozen, is uit de vergadering niet goed op te maken
