De provincie legt in een nieuwe omgevingsvisie vast hoe Fryslân de komende decennia omgaat met landbouw, natuur, water en gezondheid. Op 23 september ondervroegen Statenleden het college in twee commissievergaderingen over twee delen van die visie. Veel fracties vonden de plannen nog te weinig concreet.
Wat is de omgevingsvisie?
Elke provincie moet een omgevingsvisie hebben: een langetermijnplan voor de fysieke leefomgeving. De Friese visie, de POVI, bestaat uit vier 'bewegingen'. Deze vergaderingen waren beeldvormend: Statenleden stelden vragen, maar besloten niets.
- Beweging 1: gezonde, inclusieve en veilige leefomgeving, landschap, erfgoed en identiteit
- Beweging 2: water, bodem, klimaat, landbouw en natuur
- Insprekers kwamen aan bod tijdens een hoorzitting op 9 september
- De Provinciale Staten besluiten op 30 september
Leefomgeving: te weinig concreet
Bij beweging 1 kwam steeds dezelfde kritiek terug: de visie noemt gezondheid, inclusie en sociale veiligheid, maar niet wat er concreet gebeurt. D66 vroeg wat het college eigenlijk wil met sociale veiligheid. De PvdA vroeg waarop de Staten kunnen bijsturen zonder concrete doelen. Het college verwees steeds naar omgevingsprogramma's die nog volgen.
Provinciaal Belang Fryslân vroeg waarom het advies van de GGD en de FUMO om gezondheid als randvoorwaarde op te nemen niet is overgenomen. Het college zei te werken volgens 'health in all policies': gezondheid telt vroeg mee bij elke afweging. De VVD vroeg om terughoudendheid met regels; volgens het college leidt de visie zelf niet tot extra regeldruk.
De Partij voor de Dieren vroeg naar de Wet op de defensiegereedheid, waarmee Defensie van provinciaal beleid kan afwijken. Fryslân heeft nog geen bestuurlijk afsprakenkader met Defensie. Het college zei eraan te werken, zonder datum. Op de vraag wie betaalt voor het opruimen van PFAS herhaalde het college het principe 'de vervuiler betaalt', wat de vragensteller onvoldoende uitgewerkt vond.
D66 vroeg waarom een brief over het vervolgproces pas de dag voor de vergadering kwam.
Landbouw en natuur: wat kan straks niet meer?
Bij beweging 2 ging het vooral over de landbouwhoofdstructuur: een kaart van alle huidige landbouwgrond, met een afwegingskader voor als grond een andere functie krijgt. De VVD vroeg of boeren zo worden voorbereid op het inleveren van grond. Het college ontkende dat: de structuur geeft landbouw juist een duidelijke plek in ruimtelijke afwegingen. De PvdA vroeg herhaaldelijk wat er straks niet meer kan. GroenLinks wilde een waterhoofdstructuur in de visie, omdat het huidige boezemsysteem volgens die fractie tekortschiet. Het college wees dat af. BBB en CDA vroegen naar de agrarische bestemming van zomerpolders buitendijks. Volgens het college verandert daar niets: agrarisch medegebruik blijft mogelijk zolang het de natuur niet schaadt.
Op de vraag van de Partij voor de Dieren of de weidevogeldoelen op tijd worden gehaald, zei het college dat niet te kunnen garanderen. Het doel van 10.000 gruttoparen blijft, maar het jaartal is veranderd.
Wat lag er voor
- Voorstel aan de Staten: nieuwe omgevingsvisie vaststellen, de vorige uit 2020 intrekken
- Toezegging: brief over de zomerpolders buitendijks, na vragen van BBB
- Toezegging: brief aan het CDA over de huidige omvang van groenblauwe dooradering, waarvoor de visie 10% als streven noemt
- GroenLinks kondigde acht moties aan, D66 twee voorstellen over sociale veiligheid
- Besluit in de Statenvergadering van 30 september


