Wie in Groningen en Drenthe met de bus reist, krijgt in december 2029 mogelijk een nieuwe busmaatschappij. Op 8 september lieten Statenleden zich bijpraten over de voorbereiding en over de vraag of de provincie haar bussen voortaan zelf moet laten rijden.
Mag de provincie een eigen busbedrijf beginnen?
Door een recente wetswijziging mogen provincies weer een eigen busbedrijf oprichten. Sinds 2000 moesten ze het busvervoer aanbesteden: vervoerders dingen mee naar een concessie, het recht om een aantal jaren in een gebied de bussen te rijden. Een hoogleraar uit Delft noemde de wetswijziging een goed idee, maar waarschuwde dat een eigen busbedrijf moeilijk terug te draaien is. Problemen als een vol stroomnet, gebrek aan bussen en personeelstekort verdwijnen er volgens hem niet door. Met zes vervoerders die kunnen meedingen, noemde hij de markt nog gezond. Zijn advies: houd een eigen busbedrijf achter de hand voor als de markt faalt.
Eric Bakker (Groninger Belang) vroeg of het goedkoper kan: "de concessiehouder die verdient geld dus met dat geld. Als we dat nou tussenuit halen kunnen we misschien goedkoper"
. De hoogleraar verwachtte dat een overheidsbedrijf minder efficiënt werkt, zodat er voor hetzelfde geld minder openbaar vervoer komt.
Bas de Boer (GroenLinks) wees op Zeeland, waar een aanbesteding mislukte omdat geen vervoerder wilde inschrijven: "hoe kunnen we ervoor zorgen dat onze bussen gewoon blijven rijden en mensen naar werk en school kunnen gaan?"
. Volgens de hoogleraar lukte het in Zeeland twee jaar later wel, met een realistischer vraag aan de markt.
Wat wil het OV-bureau?
Het OV-bureau Groningen Drenthe wil het huidige model houden: het OV-bureau bepaalt lijnen en dienstregeling en draagt zelf het risico op tegenvallende opbrengsten. Na corona bleven die inkomsten achter; dat vangt het OV-bureau op met een reserve, of anders mogelijk met een aanpassing van het voorzieningenniveau. Vervoerders zeggen dat ze in eerdere aanbestedingen te veel risico kregen en overwegen niet altijd meer in te schrijven.
- Concessie voor 10 jaar, het wettelijk maximum
- Alleen openbaar vervoer, geen deelfietsen
- Doorgaan met uitstootvrije bussen; huidige bussen gaan tegen een vastgestelde overnamewaarde mee naar de volgende concessie
- Meer zeggenschap over busstallingen met stroomaansluiting
- Eenvoudigere eisen, zoals nu de regel dat altijd de juiste bus met de juiste kleur op de juiste lijn moet rijden
- Onderzoek naar eisen aan de herkomst van nieuwe bussen
- Ov in 2040 voor 100 procent toegankelijk
- De aanbesteding mag niet leiden tot hogere tarieven
De planning
- Conceptnota van uitgangspunten: Provinciale Staten mogen een zienswijze (formele reactie) geven
- Vaststelling door het dagelijks bestuur van het OV-bureau: november 2026, anders januari 2027
- Aanbestedingsdocumenten gereed: december 2027
- Offertes van vervoerders: mei 2028
- Gunningsbeslissing: voor de zomervakantie van 2028
- Start nieuwe vervoerder: 9 december 2029
Ook wordt onderzocht of de wissel beter in de zomer kan, als er minder bussen rijden.
Wat lag er voor
- Een presentatie over een eigen provinciaal busbedrijf
- De strategische keuzes van het OV-bureau voor de concessie 2030 tot 2040
- Er is niets besloten; de Staten krijgen de conceptnota later voor een zienswijze
- Het OV-bureau bood een extra technische sessie aan, mogelijk voor de nieuwe Staten na de verkiezingen in maart 2027




