Als Rijnland alle opgaven uitvoert die het nu ziet aankomen en de waterschapsbelasting 5 procent per jaar laat stijgen, lopen de schulden tot 2050 ver op boven de eigen grens. Dat bleek op 16 september in een beeldvormende bijeenkomst van het algemeen bestuur, de Verenigde Vergadering. Na de waterschapsverkiezingen moet een nieuw bestuur kiezen: minder of later investeren, meer belasting heffen of de schuldnorm loslaten.
Twee onderzoeken, hetzelfde beeld
De ambtelijke organisatie presenteerde twee studies die vanuit de Unie van Waterschappen zijn gestart: het sectorbrede onderzoek van bureau AEF en het onderzoek Financieel Fit voor de Toekomst (FFT). Rijnland werkte dat laatste uit voor de eigen organisatie. Volgens de presentatie laten beide dezelfde trend in de jaarlijkse kosten zien. Daarin zitten onder meer vervanging van installaties, het verwijderen van medicijnresten en nieuwe Europese en landelijke regels.
- Jaarlijkse kosten groeien bij 2,5 procent inflatie naar meer dan 900 miljoen euro; ze verdubbelen daarmee ruim tot 2050
- Aannames: rente 2,5 procent, afschrijving van alle investeringen in 20 jaar (nu gemiddeld zestien jaar)
- Vanaf medio 2035 verwacht het model dat de belastingopbrengst hoger ligt dan de kosten
Wat is de schuldquote?
De schuldquote zet de totale schuld af tegen wat het waterschap jaarlijks aan belasting ophaalt. Rijnland houdt als eigen grens 300 procent aan: de schuld mag niet hoger zijn dan drie keer de jaarlijkse belastingopbrengst. Die grens staat niet in de wet; de Verenigde Vergadering besloot er in 2014 en 2020 zelf toe.
- 2023: 337 procent, boven de norm
- 2025: 291 procent, weer onder de norm
- Bij 5 procent belastingstijging per jaar: van meer dan 600 naar 450 procent
- Bij 8 procent stijging in 2031 tot en met 2035 en daarna 5 procent: van ongeveer 500 naar 300 tot 250 procent
- Kosten van rente en afschrijving (kapitaallasten): nu 27 procent, eigen grens 34 procent, richting 2050 tussen de 50 en 60 procent
- Schuldquotes bij andere waterschappen lagen in een eerder overzicht van de Unie tussen 100 en 400 procent
De provincie als toezichthouder vraagt aandacht voor de houdbaarheid van de schuld. Accountant Deloitte vindt een hogere quote aanvaardbaar zolang Rijnland alleen voor investeringen leent en de begroting sluit.
Waar het schuurde
Leden twijfelden aan de aannames. Blijft de rente tot 2050 op 2,5 procent? Waarom groeien de kosten minder snel dan de afgelopen zeven jaar? Nieuwe woningen en stijgende WOZ-waarden zitten niet in het model, bevestigde de organisatie.
Eén lid wilde nu al weten of 300 procent de juiste norm blijft en vond dat de antwoorden daar niet op ingingen. De portefeuillehouder legde de keuze vooral bij de leden en een nieuwe coalitie na de verkiezingen. Een ander lid opperde een bandbreedte in plaats van één vast getal.
Water Natuurlijk had vooraf een eigen rekenmodel ingediend. Volgens de beantwoording van de technische vragen zit het grootste verschil met het Rijnland-model in de kosten en investeringen.
Wat lag er voor
- Presentatie over de schuldpositie en de onderzoeken AEF en FFT; geen besluit
- Voorstel portefeuillehouder: eigen model combineren met dat van Water Natuurlijk, zodat leden zelf kunnen doorrekenen
- Suggestie: later een opiniërende vergadering, met suggesties over de schuldnorm voor het overdrachtsdossier van het volgende bestuur
- Aangeboden: overzicht van de ontwikkeling van de kapitaallasten
- De begroting 2027 moet nog worden behandeld


