De gemeente Neder-Betuwe moet tussen 2027 en 2028 132 asielzoekers opvangen. Op 17 september sprak de raad over hoe dat eruit kan zien: één grote locatie in het buitengebied, of meerdere kleinere bij de dorpen. Er is die avond niets besloten; een keuze voor een locatie volgt naar verwachting begin 2027.
Waar het over ging
De Spreidingswet verplicht gemeenten asielzoekers op te vangen. In de raadsinformatiebrief van 1 september schrijft het college dat het huidige kabinet heeft vastgelegd dat die wet blijft bestaan, en dat ook het coalitieakkoord van Neder-Betuwe uitvoering ervan noemt. Daarmee verviel de eerdere onzekerheid.
Dat heeft gevolgen voor eerdere besluiten. De raad wees op 27 maart 2025 een perceel aan de Bredesteeg in Medel-Noord aan als voorkeurslocatie, onder de voorwaarde dat er met buurgemeenten zou worden samengewerkt. Die samenwerking biedt volgens het college nu "onvoldoende zekerheid"
. Medel-Noord is daarmee alleen nog in beeld als Neder-Betuwe het zelfstandig doet.
- Opgave: 132 plekken, waarvan 124 regulier en 8 voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen
- Voor de verkenning wordt uitgegaan van minimaal 150 reguliere plekken, om latere schommelingen op te vangen
- Een locatie moet volgens de Spreidingswet minimaal vijf jaar beschikbaar zijn
- Het COA doet alleen mee vanaf 50 plekken; vanaf 300 plekken neemt het COA de volledige exploitatie over
De afwegingen op tafel
In de gespreksleidraad staan zes afwegingen en drie scenario's. Bij 150 plekken spreekt het COA van kleinschalige opvang: er zijn dan geen leslokalen, spreekkamers voor de huisarts of recreatieruimtes op de locatie. De gemeente moet die ruimtes dan zelf beschikbaar stellen, of bewoners reizen naar een locatie in een buurgemeente. Bij 300 plekken zitten die voorzieningen, plus 24/7 beveiliging, op de locatie zelf.
Ook de termijn ligt open: vijf jaar geeft flexibiliteit maar betekent waarschijnlijk tijdelijke woonunits, terwijl vijftien jaar of langer ruimte geeft voor bebouwing die later als sociale woningbouw kan worden hergebruikt.
Wat inwoners invulden
Tussen 1 en 18 september kon iedereen een enquête invullen. De voorlopige resultaten van 11 september laten zien dat het sentiment overwegend negatief is.
Twee groepen tekenen zich af. Wie positief of neutraal staat tegenover opvang wil kleinschalig en dicht bij voorzieningen. Wie negatief staat, wil vooral afstand tot woonwijken en zo min mogelijk impact. Uit de open antwoorden komt ook de vraag terug waarom het over 150 of 300 plekken gaat "terwijl we er maar 132 moeten opvangen"
.
- 1018 deelnemers, uit onder meer Dodewaard (24%), Kesteren (24%), Opheusden (18%) en Ochten (15%)
- 59,3% negatief over het uitvoeren van de Spreidingswet, 40,3% positief of neutraal
- Voorkeur: scenario 1 (twee locaties van 75 plekken in de dorpen) 36,9%, scenario 3 (300 plekken in het buitengebied) 26%, scenario 2 (150 plekken aan de dorpsrand) 23,1%
- Minst wenselijk: scenario 3 met 51%
- 51,5% is het
"helemaal eens"
dat asielopvang niet ten koste mag gaan van woningbouw - 74,2% wil digitaal meedenken, 9,7% via een klankbordgroep
Wat lag er voor
- De avond was volgens de agenda uitdrukkelijk geen besluitvormingsmoment; er werden geen kaders vastgesteld en geen scenario gekozen
- Wethouder Marien Klein gaf een korte introductie, daarna spraken raadsleden over de zes afwegingen en drie scenario's
- Het college bekijkt of de locatie-uitgangspunten uit juni 2024 moeten worden aangepast; zo ja, dan volgt in het vierde kwartaal van 2026 een voorstel
- Een voorstel over de locatie of locaties wordt in het eerste kwartaal van 2027 verwacht
- Het college moet vóór 12 november 2026 besluiten hoeveel plekken Neder-Betuwe aanbiedt voor de regionale afspraken
Het woordelijk verslag van deze avond is nog niet beschikbaar.
